Onderhoudsplichten na scheiding

Na een echtscheiding blijven ex-partners in beginsel onderhoudsplichtig voor elkaar. Dit houdt in dat de ex-partners ook na de scheiding verplicht zijn om elkaar financieel te ondersteunen, voor zover dit voor de ex-partners nodig is om de kosten van hun levensonderhoud te kunnen betalen.

Als het huwelijk langer dan vijf jaar heeft geduurd of er tijdens het huwelijk een kind is geboren, duurt de onderhoudsplicht twaalf jaar na de scheiding. Duurde het huwelijk korter dan vijf jaar en zijn er geen kinderen geboren, dan duurt de onderhoudsplicht na de scheiding even lang als de duur van het huwelijk. Was u bijvoorbeeld 3 jaar getrouwd en heeft u tijdens het huwelijk geen kinderen gekregen, dan duurt de onderhoudsplicht 3 jaar nadat u bent gescheiden.

Als de ex-partners tijdens het huwelijk kinderen hebben gekregen, zijn zij verder als ouders onderhoudsplichtig voor deze kinderen, in ieder geval tot achttien jaar en vaak ook nog tot eenentwintig jaar. De ouders moeten dus in ieder geval tot de achttiende verjaardag en in veel gevallen zelfs tot de eenentwingste verjaardag van hun kinderen blijven bijdragen in de kosten van deze kinderen.

Als gevolg van de onderhoudsplichten maken ex-partners vaak afspraken over partner- en kinderalimentatie die na de echtscheiding door de ene ex-partner aan de andere ex-partner moet worden betaald. Deze afspraken worden vervolgens vastgelegd in een echtscheidingsconvenant en/of een ouderschapsplan. Als het partijen niet lukt om afspraken te maken, beslist de rechtbank over de (hoogte van de) kinder- en partneralimentatie.

Participatiewet en bijstandsverhaal
Als iemand onvoldoende financiële middelen heeft voor zijn of haar bestaan, kan deze persoon op grond van de Participatiewet in aanmerking komen voor een bijstandsuitkering. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als iemand zonder werk komt te zitten en geen recht (meer) heeft op een WW-uitkering. Een bijstandsuitkering kan worden aangevraagd bij de gemeente.

Als de bijstandsgerechtigde een uitkering krijgt in de periode dat de ex-partner nog onderhoudsplichtig is voor de bijstandsgerechtigde of de minderjarige kinderen, kan de gemeente (een gedeelte van) de bijstandsuitkering verhalen op de ex-partner. Dit wordt dan ‘bijstandsverhaal’ genoemd. De ex-partner moet hiervoor natuurlijk wel voldoende financiële draagkracht hebben.

Hoogte van het verhaal
Het bedrag dat de ex-partner in verband met het bijstandsverhaal moet betalen aan de gemeente, is afhankelijk van aan de ene kant de financiële behoefte van de bijstandsgerechtigde en/of de minderjarige kinderen en aan de andere kant het inkomen, de lasten en sociale situatie van de ex-partner.

Niet gebonden aan afspraken
De gemeente is bij het bijstandsverhaal niet gebonden aan de afspraken die de bijstandsgerechtigde en de ex-partner tijdens de echtscheiding of daarna hebben gemaakt over de kinder- en/of de partneralimentatie. Met andere woorden, ook al staat in een door de partijen gesloten overeenkomst dat er over en weer geen partneralimentatie of een (te) laag bedrag aan kinderalimentatie wordt betaald, dan staat het de gemeente nog vrij om de uitkering te verhalen bij de ex-partner.

De gemeente is wél gebonden aan de alimentatieregels die door de rechtbanken, advocaten en mediators gehanteerd worden. Als uit deze regels bijvoorbeeld volgt dat de ex-partner financieel niet in staat is om kinder- en/of partneralimentatie te betalen, kan de gemeente deze ex-partner ook niet aanspreken voor bijstandsverhaal.

De gemeente bepaalt of er wordt verhaald
De wet kent geen verplichting voor gemeenten om de bijstand te verhalen op de ex-partner. Er zijn dan ook gemeenten die ervoor kiezen om de bijstand niet te verhalen, ook al doen ze hiermee hun gemeentekas tekort.

De vier grote gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht doen in ieder geval wel aan bijstandsverhaal.


Share with:

Facebook | Twitter | Pinterest | Linkedin

Kinderalimentatie

De wet bepaalt dat ouders verplicht zijn om bij te dragen in de kosten van de verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Ook voor de verwekker van een kind, die niet tevens de juridisch ouder van het kind is, geldt deze verplichting.

Kinderalimentatie geen kijk- en luistergeld

Het is een misverstand dat ouders (of verwekkers) die geen contact en/of omgang hebben met hun kinderen, geen kinderalimentatie hoeven te betalen. De alimentatieplicht blijft namelijk bestaan. Populair gezegd is kinderalimentatie niet gelijk te stellen aan kijk- en luistergeld.

De duur van de onderhoudsverplichting en eigen inkomsten van het kind

De verplichting tot betaling van kinderalimentatie geldt tot 18 jaar. Artikel 1:395a van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat deze onderhoudsverplichting wordt verlengd voor meerderjarige kinderen, tot 21 jaar. Deze onderhoudsverplichting voor “jongmeerderjarige kinderen” in de leeftijd van 18 tot 21 jaar geldt zowel voor kinderen die studeren als voor kinderen die dat niet doen. Of zij al dan niet werken, doet niet ter zake. Een eventueel inkomen van een kind is wel van invloed op de omvang van de behoefte van een kind aan een onderhoudsbijdrage. Als het kind bijvoorbeeld een fulltime baan heeft, kan het zo zijn dat de bijdrage van de ouders op een lager bedrag wordt gesteld.

Voor kinderen van ouder dan 21 jaar geldt dat zij alleen nog een recht hebben op een bijdrage van hun ouders als zij behoeftig zijn, oftewel als het kind niet in staat is om in het eigen levensonderhoud te voorzien. Dit wordt door de rechter niet snel aangenomen. Zo wordt een kind van 21 jaar of ouder dat studeert, geacht te kunnen voorzien in zijn of haar eigen levensonderhoud en is er dus geen aanspraak op een bijdrage van de ouders.

Wel kunnen ouders bij de echtscheiding in het ouderschapsplan of echtscheidingsconvenant een bepaling opnemen waarbij de ouders zich verplichten om aan een kind van 21 jaar of ouder tot een bepaalde leeftijd een bijdrage te blijven verstrekken als het kind studeert. Dat wordt een derdenbeding genoemd.

Onderhoudsplicht stiefouder ter discussie

Op dit moment is een stiefouder (waarmee wordt bedoeld de echtgenoot of geregistreerd partner van een persoon die een of meer kinderen heeft, van welke kinderen de stiefouder niet de ouder is) nog verplicht om bij te dragen in de kosten van de verzorging en opvoeding van een kind dat onderdeel uitmaakt van zijn of haar gezin. Dit laatste is in de regel het geval wanneer het kind op hetzelfde adres staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie als de stiefouder.

In de politiek bestaan plannen om deze verplichting af te schaffen. Of die plannen ook werkelijkheid worden is onzeker.

Behoefte en draagkracht

De hoogte van de kinderalimentatie wordt bepaald door enerzijds de behoefte van een kind aan een bijdrage en anderzijds de mogelijkheid/draagkracht van een (stief)ouder of verwekker om bij te dragen in de kosten van het kind.


Share with:

Facebook | Twitter | Pinterest | Linkedin

Alimentatie in tijden van Corona. Is nihil-stelling mogelijk?

Het coronavirus kan tot gevolg hebben dat een ouder minder gaat verdienen of zelfs geen inkomen meer heeft, bijvoorbeeld vanwege financiële problemen op het werk of zelfs ontslag. Hierdoor is het goed mogelijk dat de alimentatieplichtige ouder niet langer aan die alimentatieverplichting kan voldoen.

Mocht dit het geval zijn, dan is mijn advies dat de ouder die de partner- en/of kinderalimentatie niet langer kan voldoen, contact opneemt met de ex-partner om de situatie te bespreken. Wellicht gaat de alimentatiegerechtigde ouder akkoord met een tijdelijke verlaging of het tijdelijk stopzetten van de alimentatie. In het meest ideale geval lukt het om een afspraak te maken. Mocht dat het geval zijn, dan is mijn advies om die afspraak vast te leggen per e-mail of op papier. Op die manier kan er naderhand minder snel discussie ontstaan over de gemaakte afspraak.

Mocht de alimentatiegerechtigde ouder niet akkoord gaan met een tijdelijke verlaging of het tijdelijk stopzetten van de alimentatiebetaling, maar kan de alimentatieplichtige ouder het niet langer betalen, dan kan met tussenkomst van een advocaat een kort geding worden gestart, teneinde te proberen de alimentatie op die manier in ieder geval tijdelijk te verlagen.

Wat als de alimentatie langer niet betaald kan worden?

Wat te doen wanneer de verslechterde financiële situatie van de alimentatieplichtige niet tijdelijk is, maar mocht aanhouden? In dat geval is het raadzaam MR. BAS A.S. VAN LEEUWEN in te schakelen om de alimentatie te laten herberekenen. Zo nodig kunt u de advocaat een bodemprocedure bij de rechtbank laten beginnen met het verzoek aan de rechtbank de alimentatie (structureel) naar beneden bij te stellen.

Share with:

Facebook | Twitter | Pinterest | Linkedin

Kan een kroegbaas de alimentatieverplichting wijzigen c.q. stopzetten tijdens de tweede coronagolf?

Vorige week woensdag heeft Bertrandt contact met mij opgenomen. Bertrandt is de eigenaar van een leuk goedlopend bruincafé dat gevestigd is op de Korenmarkt in Arnhem. Vanaf 14 oktober 2020 moest Betrandt zijn bruincafé wederom sluiten. Inmiddels is het bruincafé van Bertrandt nu ruim twee maanden gesloten. Ruim twee maanden lang heeft Bertrandt geen omzet gedraaid. Bertrandt is aldus in grote onzekerheid omtrent zijn financiële situatie, voorgaande zorgt bij Bertrandt voor slapeloze nachten. Hierbij speelt ook dat Bertrandt niet alleen als ondernemer, maar ook als vader van Luna, financiële verplichten heeft. Immers, Bertrandt is zeven jaar geleden gescheiden van Chantal. Bertrandt en Chantal zijn met behulp van een advocaat overeengekomen dat Bertrandt iedere maand ten aanzien van de kinderalimentatie een bedrag van € 450,00 aan Chantal dient te voldoen. Nu Bertrandt in verband met het Coronavirus geen enkele euro meer omzet en het nog maar de vraag is of hij zijn bruincafé kan blijven voortzetten is bij Bertrandt de vraag gerezen of hij  kan stoppen met het betalen van de kinderalimentatie.

Stoppen met betalen van de alimentatie?

Aan Bertrandt heb ik (hoewel het gebrek aan inkomen uiterst vervelend is) duidelijk gemaakt dat hij niet “zomaar” kan stoppen met het betalen van de alimentatie. Daarnaast kan Bertrandt niet eigenhandig beslissen om een lager bedrag aan kinderalimentatie over te maken. Voorgaande kan alleen als er in onderling overleg (overleg tussen Bertrandt en Chantal) nieuwe afspraken over de alimentatie zijn gemaakt of als de rechter hier een beslissing over heeft genomen. Dus zelfs in het gChantall van Bertrandt, waarbij hij op dit moment niet beschikt over enig inkomen, moet de alimentatieverplichting worden nagekomen.

Onderling overleg

Op mijn advies heeft Bertrandt eerst geprobeerd om zelf in overleg te treden met Chantal. Helaas is het Bertrandt niet gelukt om samen in onderling overleg met Chantal tot nieuwe afspraken te komen. Omdat de situatie van Bertrandt schrijnend is heb ik namens Bertrandt contact gelegd met Chantal, waarna wij een gezamenlijk gesprek hebben gevoerd via facetime. Tijdens dit gesprek is het Chantal duidelijk geworden hoe slecht en onzeker de financiële situatie van Bertrandt op dit moment is. Chantal leek zelfs, tot grote opluchting van Bertrandt, veel begrip te hebben voor zijn situatie. In de zaak van Bertrandt is afgesproken dat de kinderalimentatieverplichting (tot het moment dat er omtrent de financiële situatie van Bertrandt meer duidelijkheid komt) tijdelijk met 2/3 wordt verlaagd.

Wijziging via de rechter

Indien het niet was gelukt om in onderling overleg tot afspraken te komen dan had ik in de zaak van Bertrandt op zeer korte termijn een verzoekschrift bij de rechtbank ingediend met als doel om de kinderalimentatie te verlagen of op nihil te laten stellen. Juist omdat rechters vaak pas een alimentatiebedrag verlagen vanaf de datum dat het verzoekschrift is ingediend is het van groot belang om het verzoekschrift zo snel mogelijk in te dienen en hier dus niet te lang mee te wachten.

Conclusie

Ik merk dat het voor iedereen op dit moment een moeilijke tijd is. Van ouders wordt veel gevraagd en de maatregelen die er zijn genomen veranderen wekelijks. Ik adviseer ouders van kinderen om vooral in deze tijd rekening met elkaar te houden. Wees redelijk naar elkaar en probeer tot een oplossing te komen. Lukt dit niet dan ben ik er uiteraard voor u. Mocht u vragen hebben naar aanleiding van deze blog neem dan gerust contact met mij op. Tijdens kantooruren ben ik bereikbaar op het telefoonnummer 085 06 07 520 of via het e-mailadres: info@vanleeuwenlawfirm.nl